Zelfs wanneer je jouw teksten goed naleest, kan het gebeuren dat er spellingfouten in sluipen.
De 4 meest voorkomende taaldilemma’s leggen we graag aan je uit.


1. Er vanuit gaan of ervan uitgaan

Schrijf ervan en uitgaan elk als één woord, tenzij er iets tussen er+van of uit+gaan staat.
Het hele werkwoord is: uitgaan van. Uitgaan is dus één woord en ervan is één woord.

  • Ik ben ervan geschrokken
  • Ik moet ervan uitgaan dat….
  • Laten we er maar van uitgaan.
  • We gaan er dus van uit dat hij niet komt

Schrijf er, daar, hier, waar altijd vast aan het voorzetsel dat erop volgt.

 

2. Hun of hen

In gesproken taal gebruikt bijna iedereen hen en hun door elkaar. Veel mensen vinden hen netter dan hun en geven daar de voorkeur aan. Echter zijn er een aantal regels die het makkelijker maken om te beslissen wanneer je ‘hen’ en wanneer je ‘hun’ moet gebruiken.

Hen gebruik je na een voorzetsel

  • Ik geef het aan hen
  • Zonder hen had ik nooit gedurfd

Hen gebruik je als lijdend voorwerp

  • Ik zag hen weggaan
  • Zij heeft hen nog nooit gezien

Hun geeft de bezitters van iets aan

  • Dat is hun huis

Hun is meewerkend voorwerp zonder voorzetsel

  • Vraag het hun
  • Ik heb hun mijn auto geleend

 

3. Jou of  jouw

Jou is een persoonlijk voornaamwoord. Het staat los in de zin:

  • Wat heb ik jou lang niet gesproken!
  • Dat heb ik jou al eerder verteld.

Na een voorzetsel schrijf je ook jou:

  • Deze koptelefoon is van jou
  • Ik denk dat ze liever bij jou blijft

De vuistregel is: van jou = jouw

Jouw is een bezittelijk voornaamwoord. Het geeft aan dat jij de bezitter bent van iets.
Het hoort altijd bij een ander woord, dat er meteen achteraan staat.

  • Is dit jouw laptop?
  • Jouw spullen staan nog steeds in de gang

 

4. Vind of vindt

Onze gouden tip: vervang ‘vind’ door het woord ‘loop’.
Wordt het ‘loopt’? Dan is het ook ‘vindt’

Vind gebruik je in de volgende gevallen:

1. Het onderwerp ik is:

  • Ik vind dit een vreemd verhaal

2. Als je het onderwerp is van een vraagzin:

  • Vind jij dit een mooi bureau?

3 In de gebiedende wijs:

  • Vind de schat!

Vindt  is stam +t. Je gebruikt het met u, jij of hij  in de tegenwoordige tijd!

  • Vindt je moeder haar sleutels ooit terug?
  • Waar vindt u ons?

 

 

Niet meer twijfelen over taal? Neem dan eens een kijkje bij de training van onze taalgoeroe Rien;
spelling & zakelijk schrijven: ‘10 voor taal’.